|
Week 44 : Wees niet boos, maar vergeeft elkander
Week 44: van 26 t/m 30 oktober 2009
Ieder van ons heeft wel eens met boosheid te maken. Wanneer we onrechtvaardig behandeld worden, vinden we dat niet leuk en worden we boos. Wanneer een vriend met onrecht te maken krijgt, kunnen gevoelens van boosheid hoog oplaaien. Toch leert de Here Jezus om in deze omstandigheden op de Here God te vertrouwen. Het kleinste detail van ons leven houdt Hij in Zijn hand. Niets ontgaat Hem. We hoeven niet bang te zijn. We hoeven niet boos te zijn, of zoals Paulus leert aan de christenen van Efeze: “Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet: de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan.” (Efeziërs 4:26)
Lees elke dag: Matteüs 18:21-22
Toen kwam Petrus bij Hem en zeide: Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal.
Maandag 26 oktober 2009 – Boosheid en barmhartigheid
Lezen: Matteüs 18:21-23; Matteüs 26:26-29
Indien we voortdurend denken aan de aanwezigheid van de Here God, zou zondige boosheid geen kans krijgen. Indien we beseffen hoeveel de vergeving van onze zonden de Here Jezus heeft gekost, zou Gods barmhartigheid en genade onze levens beheersen. De Here Jezus leerde dat deze vergeving kracht zou geven om op een goede manier met boosheid om te gaan.
De discipelen van de Here Jezus waren zich bewust hoe je gek kan worden van iemand die steeds opnieuw tegen je zondigt. Je zou van minder boos worden. Wanneer Petrus vroeg: “Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe?” antwoordde de Here Jezus: “Ik zeg u: niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal.” Vervolgens vertelde de Here Jezus een verhaal over het hemels Koninkrijk.
De Here Jezus leert dat we boosheid kunnen overwinnen door elkander te vergeven. Aan het kruis heeft Zijn bloed gevloeid, tot vergeving van zonden. Ook wij mogen elkander vergeven, net zoals Hij heeft gedaan. Dan verandert boosheid in barmhartigheid. Dit is de manier waarop de Here God in het leven van mensen werkt.
Gebed
Here Jezus, dank U wel dat U ons de weg tot vergeving hebt getoond.
Dagsluiting
Lees samen Matteüs 26:26-29. Nog een laatste maal zat de Here Jezus aan tafel met zijn discipelen. Hij nam het brood, sprak een zegen uit, en gaf het aan de discipelen met de woorden: Neemt, eet, dit is mijn lichaam. Deze woorden had Hij niet eerder uitgesproken. Hetzelfde deed Hij met de wijn. Hij noemde dit het bloed van Zijn verbond. Hij sprak van vergeving van zonden. Niemand kon zonden vergeven, behalve de Here Jezus. Na Zijn dood zou Hij velen tot bevrijding brengen. Indien er veel boosheid in je leven is, kan je hiervoor vergeving krijgen. De Here Jezus is de Enige die je boosheid kan veranderen in barmhartigheid.
Van kaft tot kaft
26 oktober OT: Jesaja 43-44 NT: Johannes 14
Dinsdag 27 oktober 2009 – Zeventig maal zeven maal vergeven (1)
Lezen: Matteüs 18:21-22; Matteüs 18:23-27
De Here Jezus vertelde het verhaal van een koning die de schulden van de slaven wilde berekenen. Eén van de slaven was hem een zeer hoog bedrag verschuldigd. Tienduizend talenten is een som geld die niemand ooit zou kunnen terugbetalen. Te bedenken dat het jaarinkomen van Koning Herodes 900 talenten bedroeg, was de schuld van deze slaaf duizelingwekkend. De Here Jezus noemde een zeer hoge schuld. De slaaf zou nooit in staat zijn om zelf deze schuld te betalen.
Toen de koning ermee dreigde om hem samen met zijn familie te verkopen, smeekte de slaaf: “Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen.” Eigenlijk had de smeekbede geen zin. Het bedrag was veel te hoog. Beiden koning en slaaf wisten dat het onmogelijk zou zijn om de schulden af te betalen. Maar de koning was barmhartig, zag de ellende van de slaaf, en sprak hem van alle schulden vrij.
Deze vrijspraak was spectaculair. De betekenis ervan was even groot als het bedrag van de schuld. En dit is het punt dat de Here Jezus aan Zijn discipelen wilde leren. Hij wilde dat ze zich zouden realiseren dat, wanneer mensen zondigen, ze in een positie tegenover de Here God komen te staan, waarin ze nooit in staat zullen zijn om hun schulden zelf te betalen. Mensen kunnen nooit door goede intenties, vasten of goede werken tot God komen. De Here Jezus heeft onze schuld betaald, toen Hij riep aan het kruis: “Het is volbracht.”
Gebed
Here Jezus, net zoals die slaaf zou ik nooit in staat kunnen zijn om de schulden die ik bij U heb te betalen. U hebt voor mijn zonden de schuld betaald toen U aan het kruis bent gestorven. Dank U wel daarvoor.
Dagsluiting
Lees opnieuw het tekstgedeelte van vandaag: Matteüs 18:21-27. Petrus stelde een vraag over vergeving. Hij vroeg zich af of er aan vergeving geen grenzen zijn. De Here Jezus kent ons hart. Hij weet dat we moeite hebben met moeilijke mensen. Daarom nodigde Hij zijn discipelen uit om te worden zoals de hemelse Vader. Indien er boosheid is in je hart omdat iemand je gekwetst heeft, zou je de volgende vraag kunnen stellen: “Van hoeveel zonden heeft de Here God mij al vrijgesproken, en hoeveel zal Hij mij in de toekomst nog moeten vergeven? Ben ik terecht boos op mijn broeder/zuster of zal ik, net zoals mijn hemelse Vader met mij geduldig is, dit ook met hem/haar zijn? Here Jezus, wilt U me helpen om liefdevol met hem/haar om te gaan? Ik kies om te vergeven.”
Van kaft tot kaft
27 oktober OT: Jesaja 45-47 NT: Johannes 15
Woensdag 28 oktober 2009 – Zeventig maal zeven maal vergeven (2)
Lezen: Matteüs 18:21-22; Matteüs 18:28-35
De gelijkenis van de koning en de slaaf stopte niet nadat de slaaf was vrijgesproken. De Here Jezus vertelde een verrassend einde. Blijkbaar had het feit dat de koning hem zoveel schuld vergaf, de boosheid van zijn hart niet veranderd. Hij greep zijn medeslaaf naar de keel en wierp hem in de gevangenis. Hij toonde geen barmhartigheid, hij toonde geen genade.
En toen werd de koning boos en hij greep in. De Here Jezus waarschuwde de discipelen toen Hij zei: “Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeft.” Indien we zeggen dat de Here Jezus voor onze zonden gestorven is aan het kruis, is het vanzelfsprekend dat we anderen graag vergeven. Indien dit niet zo is, hebben we Gods vergeving niet goed begrepen.
De Here Jezus vertelde deze gelijkenis omdat Petrus niet goed wist wat hij moest doen met de boosheid van zijn hart, wanneer iemand hem telkens opnieuw benadeelde. De Here Jezus gaf de oplossing: onze eigen schuld tegenover de Here God is duizelingwekkend hoog. Deze schuld is aan het kruis vereffend. We willen dus anderen van harte vergeven, omdat God ons eerst vergeving heeft geschonken. De toorn van God is van ons afgewend, hoewel wij veel meer dan zeven maal zeventig maal tegen Hem hadden gezondigd.
Gebed
Here Jezus, wilt U me er steeds aan herinneren hoezeer ikzelf Uw vergeving nodig heb, vooraleer ik iemand anders wat ten laste leg? Ik wil niet zijn zoals de slaaf die een ander naar de keel greep voor een onbenulligheid in vergelijking met de schuld die hem was kwijt gescholden.
Dagsluiting
Lees Matteüs 18:21-35. Lees de Actie van vandaag. Schrijf de namen van personen die je vandaag wil vergeven op en bid voor hen. De Here Jezus leerde dat we onze vijanden zouden liefhebben, of zoals Paulus schreef in de brief aan de Romeinen: “Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here. Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.” (Romeinen 12:19-21)
Van kaft tot kaft
28 oktober OT: Jesaja 48-49 NT: Johannes 16
Donderdag 29 oktober 2009 – Boosheid en oordeel
Lezen: Matteüs 18:21-22; Matteüs 7:1-5; Jesaja 57:15
Wanneer we boos zijn, zijn we geneigd om anderen te oordelen. De Here Jezus waarschuwt ons wanneer Hij zegt: “Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; want met het oordeel waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat waarmede gij meet, zal u gemeten worden.” Net zoals we op een terechte manier kunnen boos zijn, is een rechtvaardig oordeel mogelijk, maar dat oordeel komt aan God toe. We kunnen niet bezig zijn met de splinter in het oog van de ander, zonder de balk in eigen oog eerst te verwijderen.
De slaaf faalde en was zich niet bewust van de gigantische schuld die hem was kwijtgescholden. We kunnen een gelijkaardige fout maken wanneer we bezig zijn met zonden in het leven van anderen. Het is goed om eigen zonden te erkennen. We kunnen ze belijden en vergeving krijgen, zodat de Here Jezus dichtbij komt. Pas dan kunnen we onze broeder en zuster helpen. Het is onmogelijk om een delicate oogoperatie uit te voeren, wanneer we verblind zijn door zware balken in onze ogen.
Een boos hart dat onterecht anderen oordeelt, kan veranderen. Een verbroken hart zoekt om anderen in liefde te verdragen.
Gebed
Vader in de hemel, wilt U me alstublieft helpen zodat ik de balk in mijn eigen oog bemerk?
Dagsluiting
Lees 2 Timoteüs 3:14-17: “Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wel bewust van wie gij het hebt geleerd, en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus. Elk van God ingegeven Schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.”
Paulus onderwijst zijn leerling Timoteüs om dicht bij de Bijbel te leven. De schriften, zei Paulus, zullen je wegwijs maken op de weg van het geloof in Christus Jezus. Dit is ook voor ons zo. Wanneer we dagelijks in de Bijbel lezen, zal de Heilige Geest ons een weg tonen om anderen lief te hebben.
Van kaft tot kaft
29 oktober OT: Jesaja 50-51 NT: Johannes 17
Vrijdag 30 oktober 2009 – Wie in toorn leeft tegen zijn broeder
Lezen: Matteüs 18:21-22; Matteüs 5: 21-22; Exodus 20:1-17
Nadat de Here God het volk Israël uit Egypte heeft geleid, heeft Hij hen de tien geboden gegeven. De Here Jezus noemde het gebod: ‘Gij zult niet doodslaan’, en versterkte het door niet alleen de handeling van moord te veroordelen, maar ook de gevoelens die daarmee samen gaan. De Here Jezus heeft niet elke vorm van boosheid veroordeeld, maar wel deze die tot doodslag zou kunnen leiden.
Hij gaf twee illustraties: “Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur.” (Matteüs 5:22b) Moord is een gevolg van wat er in het hart aanwezig is. Dezelfde boosheid komt ook tot uiting wanneer iemand kwaad spreekt van zijn broeder. De Here Jezus veroordeelde deze vorm van boosheid. Boosheid die leidt tot minachting van een broeder, kan niet.
Het is de boosheid van ons hart die maakt dat we anderen minachten. Dit werkt verwoestend. De Here Jezus toont dat we dit niet zelf kunnen oplossen. Hij vraagt ons om dicht bij Hem te blijven. Hij zegt: “Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.” (Johannes 15:5) Wij kunnen geen vrucht dragen uit onszelf, maar Hij zal ons helpen om wat verkeerd is, weg te doen.
Gebed
Here Jezus, wilt U me de weg tonen om verdraagzaam te zijn en liefdevol met anderen te leven?
Dagsluiting
Lees Kolossenzen 3:12-17. Paulus noemt de christenen van Kolosse uitverkoren heiligen en geliefden. Hij roept ook ons op om elkaar te verdragen en te vergeven. In vers 16 moedigt hij ons aan om het woord van Christus, de Bijbel, te lezen en goed te overdenken. Dan zal heel ons leven in het teken staan van dankbaarheid voor wat de Here Jezus voor ons heeft gedaan.
Van kaft tot kaft
30 oktober OT: Jesaja 52-54 NT: Johannes 18:1-14
Tijdens het weekend
Lees tijdens het weekend Kolossenzen 3:1-17.
Beantwoord de volgende vragen:
1.
Wat zullen we afleggen in het nieuwe leven met Christus?
2.
Wat zullen we aandoen in het nieuwe leven met Christus?
3.
Op welke manier kunnen we aan God onze dankbaarheid tonen?
Van kaft tot kaft
31 oktober OT: Jesaja 55-57 NT: Johannes 18:15-40
1 november OT: Jesaja 58-60 NT: Johannes 19:1-22
Deze overdenkingen zijn door Herlinde De Vriese samengesteld
voor de gasten en medewerkers van Stichting De Hoop te Dordrecht.
www.dehoop.org - www.pastoralecounseling.org - www.devriese.eu
Top!
|