Jef & Herlinde De Vriese
 

'Gods Woord
naar harten en huizen van mensen'

 

Ons beste advies    :   Lees de Bijbel, bid elke dag

Welkom op onze site!

Artikelen

Steun ons werk

 

Geestelijk leven

De brief aan de gemeente te Smyrna - over verdrukking Artikel in pdf


Gie Vleugels en Jef De Vriese

De zeven brieven aan de gemeenten te Asia
Dit is het tweede van zeven artikels, gewijd aan de zeven brieven aan plaatselijke gemeenten, die we terugvinden in hoofdstukken twee en drie van het boek Openbaring van Johannes. Elk artikel is gebaseerd op een prediking over het gedeelte.
Hoewel in deze prediking uiteraard uitgegaan is van een degelijke studie van de tekst, moet hier niet naar een wetenschappelijke exegetische behandeling van de tekst gezocht worden. Lang niet alle keuzes bij de interpretatie van de tekst zijn van argumenten voorzien. De nadruk ligt op het doorgeven en actualiseren van de boodschap van de tekst.
Meestal is gekozen voor een vrij korte, puntsgewijze weergave, eerder dan voor proza en mooie volzinnen. Op deze wijze kan wie dat wil van deze materialen gebruik maken bij de prediking door het geheel op eigen wijze te verwoorden.
Elke studie eindigt met gespreksvragen die ideeën geven voor bespreking in bijbelstudiegroepen.
De tekst van het boek Openbaring is een eigen vertaling door Gie Vleugels.

1. De gemeente in de stad Smyrna

De stad
Smyrna is de enige van de zeven steden in Openbaring die nu nog bestaat (Izmir). Ze ligt 60 kilometer ten noorden van Efeze, aan de oostkust van de Egeïsche zee. Ze had een prachtige haven, met een nauwe monding die goed verdedigbaar en afsluitbaar was in oorlogstijd. Naar het oosten liep een belangrijke handelsroute. Na Efeze was ze het tweede belangrijkste exportcentrum. Smyrna was een prachtige en trotse stad, een soort modelstad, herbouwd na verwoesting.
Smyrna herbergde een beroemd stadion, een bibliotheek, en het grootste publieke theater in Azië.
De beroemde ‘Gouden Straat’ liep rond de berg Pagus. Bij begin en eindpunt was een tempel voor een lokale godheid en voor Zeus. De acropolis op de berg Pagus werd ‘de kroon van Smyrna’ genoemd. De stad met ca. 220.000 inwoners kende een hoogstaande cultuur met veel godsdienstigheid. Ze gaf geldstukken uit met het opschrift: “De Eerste van Azië in schoonheid en grootte”. Ze stond dan ook bekend als ‘het sierraad van Klein Azië’.
Smyrna had een speciale band met Rome en met de keizercultus. Aan de zijde van Rome streed de stad tegen Carthago. Het was de eerste stad in de antieke wereld die een tempel bouwde voor de Dea Roma (de Romeinse beschermgodin bij uitstek). Ze werd boven tien andere steden verkozen om er een tempel te bouwen voor keizer Tiberius. Haar intense trouw aan Rome en een grote joodse gemeenschap, die bijzonder vijandig stond tegenover de christenen, maakten het moeilijk om als christen in Smyrna te leven. In Smyrna stierven bekende martelaren en vloeide veel martelaarsbloed, onder andere dat van Polycarpus, die verbrand werd omdat hij de keizer niet als Heer wilde erkennen.

De gemeente
Het is niet bekend wanneer de gemeente van Smyrna gesticht werd. Waarschijnlijk was dat gedurende de tijd dat Paulus in Efeze verbleef, tijdens zijn derde zendingsreis. Handelingen 19:26 maakt de volgende melding: “En jullie zien en horen dat deze Paulus een aanzienlijke menigte, niet alleen te Efeze, maar ook in bijna heel Asia, overreed en afkerig gemaakt heeft door te zeggen, dat goden, die met de handen worden gemaakt, geen goden zijn”. Uit het begin van de tweede eeuw bestaat een brief van Ignatius aan Smyrna, waaruit blijkt dat de gemeente goed georganiseerd was met een bisschop, oudsten en diakenen.

2. De schrijver

Openbaring 2:8
“En schrijf aan de engel van de gemeente in Smyrna: Dit zegt de eerste en de laatste, die dood gegaan is en levend is geworden.”

De Schrijver presenteert zich op een wijze die aansluit bij de situatie van de gemeente. Ze stond namelijk bloot aan verdrukking en dood. Dus stelt Jezus zich voor als de dode die levend is geworden. In een goede gemeente staan de dood en de opstanding van Christus centraal. Daar draait alles om. De dood die de vervolging met zich mee kan brengen, moet gezien worden in het licht van Zijn dood en leven.

“De eerste en de laatste”.
Ook in 1:17b stond reeds: “En Hij legde zijn rechterhand op mij en sprak: ‘Wees niet bang! Ik ben de eerste en de laatste’”.
Jezus presenteert zich met de woorden waarin Jahweh zich openbaart in Jesaja:
“Hoor naar Mij, Jakob, mijn geroepene. Ik ben dezelfde, Ik ben de eerste, ook ben ik de laatste.” (Jes.48:12)
“Zo zegt de Heer, de Koning en Verlosser van Israël, de Heer der heerscharen: Ik ben de eerste en ik ben de laatste en buiten Mij is er geen God.” (Jes.44:6)
God Zelf treedt op in de Messias, heilbrengend en overwinnend in Christus. Temidden van de afgoderij van de stad Smyrna moet dit voor de gemeente een enorme bemoediging geweest zijn. God is de enige God. Hij is het begin en het einde, de alfa en de omega. Dit zijn niet alleen de eerste en de laatste letter, maar de letters waarmee het alfabet begint, eindigt, en waarin al wat daar tussen ligt, meegenomen wordt. Jezus beheerst het wereldgebeuren van begin tot eind. Hij staat in koninklijke glans aan het begin, en straks ook aan het einde. In de tussentijd overspant Hij het geheel. Hij staat ook boven de verdrukking die de gemeente ondergaat. Alles draait om Hem. Hij heeft alles in Zijn hand. Hij is niet even weg om straks terug te komen. Hij houdt de gehele geschiedenis permanent onder controle.

“Die dood gegaan is en levend is geworden”.
Het echte leven komt na de dood. Jezus heeft de dood doorgemaakt en het angstaanjagende van de dood weggenomen door zijn overwinning op de dood in de opstanding (Hebr. 2:14,15). Doordat Hij de dood heeft overwonnen, geeft Hij de gemeente moed om het martelaarschap onder ogen te zien en de dood niet te vrezen. Juist temidden van de dood toont Jezus zich als diegene die eeuwig leven geeft.

3. Wat goed gaat

Openbaring 2:9
“Ik ken jouw verdrukking en armoede, maar je bent rijk, en de beschimping van degenen die zich joden noemen, en het niet zijn, maar een synagoge van Satan.”

“Ik ken jouw verdrukking en armoede”.
In 2:2,18; 3:1,8,15 zegt Jezus telkens dat Hij de werken van de gemeente kent. Hij bedoelt dat Hij weet in hoeverre zij leven zoals zij moeten leven. Hij kent de kwaliteit van hun leven en weet die te onderscheiden en te beoordelen. Voor de gemeente te Smyrna ligt de zaak anders: Jezus zegt dat Hij de moeilijke situatie kent waarin zij zich bevinden (zo ook in 2:13). Zijn weten is hier geen afstandelijke kennis of onverschillige vaststelling, maar een actieve betrokkenheid die Zijn bewogenheid met de situatie van de gemeente onderstreept. Haar lijden is niet onopgemerkt gebleven in Gods ogen. Hij weet precies welke druk op de gemeente ligt.
Het is opvallend dat christenen die vervolgd worden, niet aangesproken hoeven te worden over dwaalleer, onderlinge veten, enz. Wie het in Smyrna niet oprecht meende, begon er niet aan of liet het gauw afweten. De christenen hadden betere dingen te doen dan te bekvechten over onbenulligheden, en de ernst die ze maakten met hun geloof liet geen ruimte voor imitatie. Het gevaar en de externe bedreiging werkten louterend op hun geloof en hun gemeenteleven.
Jezus zegt niet dat Hij de werken van de gemeente kent. Hij kent hun verdrukking en armoede. Het werk van de verdrukte gemeente is het delen in het lijden. Haar taak en roeping is staande te blijven in de penibele omstandigheden en de moeilijke situaties die door anderen op haar pad worden gebracht. Lijden kan een opdracht zijn.
De armoede van de christenen in Smyrna was wellicht een gevolg van de verdrukking (vgl. Hebreeën 10: 35). In een vijandige omgeving was het niet eenvoudig om als consequent christen aan de bak te komen en je brood te verdienen. Omdat de Heer weet hoe zwaar het deze gemeente wordt gemaakt, is zijn waardering voor hun volharding des te groter, en zijn zegenende, bevestigende en ondersteunende hand is des te uitdrukkelijker aanwezig. Voor ons is het niet alleen belangrijk dat Jezus onze toestand zeer goed kent, het is ook belangrijk dat we ten volle beseffen dat dit zo is en dat Hij naast ons staat.
Smyrna was een gemeente die omwille van Christus veel lijden moest verduren. Wandelen in Zijn voetstappen, discipel zijn, betekende voor Smyrna vervolging en dood. Zo liet de gemeente van Smyrna ten volle zien wie Christus was: de lijdende dienstknecht van God. Lijden was het kenmerk van zijn leven, en ook van deze verdrukte gemeente.
Dit lijden is voor een christen dus niet toevallig en vreemd (1 Petr. 4: 12-14), maar een roeping en ware genade bij God (1 Petr. 2:19-21, Fil. 1:29). Het is een lijden om blij over te zijn (Hand. 5:41). Voor een ongelovige is lijden een catastrofe, voor een christen is het een eer.
Je kan er niet omheen dat voor Jezus kiezen beproeving inhoudt. Als christen moet je je met deze gedachte verzoenen. Dat betekent niet dat je het jezelf zo moeilijk mogelijk moet maken. Het betekent wel dat je bereid moet zijn de weg van het kruis te bewandelen, hoe zwaar dat kruis ook mag zijn.
Het is niet zozeer van belang hoeveel beproeving je in je leven tegenkomt, belangrijk is hoe je tegenover die beproeving staat. Je verzoenen met de gedachte aan beproeving betekent niet dat je niet van het leven mag genieten. Wel is de vraag of het verlangen van je hart gericht is op de zaak van de Heer, ook als dit moeilijkheden of ongerief veroorzaakt. Je moet niet noodzakelijk alle beproevingen ondergaan die een ander ondergaat, maar wel bereid zijn te aanvaarden wat op jouw weg komt.
Jezelf verzoenen met de gedachte aan beproeving is een machtig wapen tegen de aanval van de Satan op je geestelijk leven. Als je dat niet kunt, ga je wrok koesteren tegen anderen en tegenover God. Op dat moment word je als christen uitgeschakeld voor de bouw van de gemeente.
Verschillende aspecten in het lijden van Jezus kunnen ook actueel worden in het leven van een gelovige. Hij werd veracht (Jes. 53, 1 Kor.4:10), door mensen in de steek gelaten, getekend door smarten, mishandeld (Matt. 24:9), vervolgd (Luc.4:14-30, 2Tim.3:12), uitgescholden (1Petr.2:23, Matt. 5:11). Hij werd als een vreemdeling genegeerd (Matt. 25:35, 1 Petr. 2:11), enz. De gemeenschap met Christus impliceert zeer vaak ook het delen in het type lijden dat Hij heeft gekend. Een christen heeft gemeenschap met, is verbonden met, het lijden van Christus (Fil. 3:10; 1 Petr. 4:13). Wie een christen vervolgt, vervolgt daarmee ook Christus (vgl. Paulus en Jezus: “Waarom vervolgt gij Mij?”). Jezus, die tussen de kandelaren wandelt, is op de hoogte van de toestand van de gemeente. Het lijden van de gemeente is geen verrassing voor Hem. Hij heeft het immers zelf doorgemaakt.

“Maar je bent rijk”.
Hun omstandigheden veroorzaakten enerzijds materiële armoede, maar anderzijds geestelijke rijkdom. Het tegenovergestelde gold voor Laodicea (3:17). Jakobus vraagt: “Heeft God niet de armen van de wereld uitverkoren om rijk te zijn in het geloof?” (2:5). Jezus geeft te verstaan wat men moet meten en tellen om te weten hoe rijk men is. Niet de materiële welstand, want die kenden ze niet meer, noch hun uiterlijke omstandigheden, want die waren benard, maar hun leven uit en met hun Heer. Dus konden ze arm zijn en toch velen rijk maken (2 Kor. 6:10), want ze verzamelden zich schatten in de hemel (Matt. 6:20).

“En de beschimping van degenen die zich joden noemen, en het niet zijn, maar een synagoge van Satan”.
Joden zonder Christus zijn geen joden in de volle betekenis van het woord (Rom. 2:28,29). Zoals zij Jezus vervolgd hebben, vervolgen zij de christenen. In plaats van zich te wijden aan hun opdracht om als priesters voor de wereld Gods boodschap te belichamen (Ex. 19:4,5), doen de ongelovige joden hun best om jood en heiden van het evangelie af te houden (Hand. 13:44-50).
Aan veel laster kan je weinig doen. Het overkomt je. Het initiatief ligt bij de ander. Het gevaar bestaat dat je gekwetst reageert en de fout maakt precies dezelfde dingen te doen die je de ander verwijt. De oproep is: verdedig je niet, maar wees trouw.
De joodse vijandschap in Smyrna had te maken met een karikatuur die zij over het christendom ophingen. In de ogen van de joden waren christenen een ontspoorde joodse sekte, ketters die een Galileeër aanbaden die veroordeeld was wegens godslastering. Ze waren ook niet opgetogen over het succes waarmee christenen gelovige Joden tot bekering brachten. Daarom leenden vele joden zich als verklikkers voor de Romeinse overheid, door openlijk of anoniem, christenen aan te geven. In een stad als Smyrna, die zo aan de keizercultus gebonden was, was het gemakkelijk om de overheid ervan te overtuigen dat christenen staatsgevaarlijk waren. Hoe rampzalig: in de naam van God werden profeten vermoord, werd Christus gekruisigd, werden christenen vervolgd.
De eerste en de laatste openbaart zich niet aan de pseudo-gelovige die, met een beroep op uiterlijkheden, beweert jood te zijn, maar het van binnen niet is. Hij openbaart zich aan de gemeente. In feite zijn die joden een synagoge van Satan. Ze klagen aan, net zoals Satan dat doet. Ze zijn de ondermijners van de gemeente geworden, en hebben zich zodoende aangesloten bij de doelstelling van Gods tegenstander. “Ze hebben de duivel tot Vader”, terwijl ze menen afstammelingen van Abraham te zijn (vgl. Joh. 8:31-37).

4. Bemoediging en belofte

Openbaring 2:10
“Wees helemaal niet bang voor het lijden dat je spoedig wacht. Zie, de duivel zal spoedig een aantal van jullie in de gevangenis werpen, opdat jullie verzocht worden, en jullie zullen een verdrukking van tien dagen hebben. Wees trouw tot de dood, en Ik zal je de levenskroon geven.”

“Wees helemaal niet bang voor het lijden dat je spoedig wacht”.
Lijden boezemt angst in. Als je niet de troost en bemoediging ter harte neemt, die hier worden doorgegeven, word je bang en geraak je overstuur. De gemeente hoeft niet ontredderd te zijn, want Jezus is erbij, zoals Hij beloofd heeft (Matt. 28:20; Joh. 14:1,18). Het is onnodig bang te zijn voor degenen die wel het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden...” (Matt. 10:28)

“Zie, de duivel zal spoedig een aantal van jullie in de gevangenis werpen, opdat jullie verzocht worden, en jullie zullen een verdrukking van tien dagen hebben”.
De duivel brengt verdrukking, maar God bepaalt de grenzen. Het herkennen van de hand van de duivel wanneer een christen wordt verdrukt, maakt het makkelijker om trouw te blijven. Welke gelovige wil immers meewerken aan het plan van de duivel? Maar het is ook belangrijk te weten dat God de grenzen van het lijden bepaalt (vgl. Job 1:12; 2:6). Hij stelt de tijd en de intensiteit ervan vast. Satan is een briesende leeuw … aan Gods ketting. Zelfs geen haar van ons hoofd valt, dat niet door God is gekend. God zal zorgen dat wij meer van zijn kracht ontvangen naarmate wij lijden te dragen hebben (1 Kor. 10:13).
Dit alles heeft misschien niet zichtbaar de situatie in Smyrna veranderd, maar wel de manier waarop de gelovigen hun toestand beleefden. Toen ze in de gevangenis gegooid werden, bleven ze trouw aan de Heer. Je kan je voorstellen hoe ze gebeden hebben: “Heer verlos ons uit die gevangenis; wilt U de bedreiging verminderen; wilt u die persoon laten inzien dat hij niet tegen ons maar tegen U strijdt ...” Vul maar in ...
Is het niet vreemd dat God doorgaans niet antwoordt: “OK, ik zal jullie gebeden onmiddellijk beantwoorden”? Tot de christenen in Smyrna zegt Jezus enkel: “Ik ken jouw verdrukking en armoede...” Maar hoe liefdevol en bewogen zijn die woorden van de Heer: “Ik ken”. Wanneer je Hem kent, moeten deze woorden diep tot je doordringen. Hij die tussen de kandelaren loopt en de gemeente in zijn hand houdt, zegt: “Ik weet in welke situatie je bent. Jouw strijd ontgaat mij niet. Ik weet hoe diep jouw nood is.”
Dikwijls vragen we de Heer om de moeilijkheden weg te doen en voorspoed te geven. En soms ervaren we dan ook hoe Hij bevrijdt uit beproevingen! Maar vaak blijft de armoede en wordt de beproeving erger. En dan zegt de Heer: “Ik ken”.
Hoe gemakkelijk zou het voor de Heer zijn ons te bevrijden! Hij die alle macht heeft in de hemel, heeft ook alle macht op aarde. Hij bepaalt de grens: bij Job, in Smyrna en bij ons. En tegelijkertijd laat hij de verdrukking, die Satan bewerkt, meewerken ten goede: opdat ons geestelijk leven tot volwassenheid zou komen: “Opdat jullie verzocht worden”. Het doel is loutering, toetsing, de echtheid van het geloof naar boven halen, het beeld van Christus in jou bewerken. Zoals goud gezuiverd wordt door vuur, moet ook je geloof aan een zuiveringsproces onderworpen worden. Christenen moeten niet verbaasd opkijken zodra er beproevingen komen!

“Wees trouw tot de dood, en Ik zal je de levenskroon geven”.
De geloofsgetuigen in Hebreeën (11:35-40) hebben geen uitredding ontvangen uit onmiddellijke noden, maar hebben doorheen hun lijden iets beters verkregen: de volmaaktheid!
Trouw ‘tot de dood’ betekent niet ‘pas als de dood dreigt’. Wanneer het, bijvoorbeeld, om de correcte omgang met geld gaat, staat er “Wie in zeer weinig getrouw is, is ook in veel getrouw” (Lucas 16:10). Hetzelfde principe geldt ook op andere vlakken. Wie God niet trouw en consequent dient in het ‘gewone’ christenleven, zal niet plots een geloofsheld worden als er vervolging komt. Openbaring 12:11 geeft aan waarom de Smyrneeërs trouw konden zijn tot de dood: omdat zij Christus meer liefhadden dan hun eigen leven.
Verzoening met de gedachte aan beproeving is noodzakelijk, want er wordt niet altijd uitredding beloofd; er is een vastgestelde lijdensperiode, waarvoor je niet moet vrezen, ook als je in de gevangenis geworpen wordt, of ter dood gebracht wordt. Het lijden dat je ondergaat om Christus’ wil, weegt immers niet op tegen de levenskroon, het eeuwig leven, dat diegenen die Jezus liefhebben ontvangen (Jakobus 1:12). Die kroon betekent oneindig meer dan de lauwerkrans die de verdrukkers konden verdienen tijdens de spelen. Ter gelegenheid van dergelijke spelen werden ettelijke malen christenen vermoord en gemarteld. Voor die overwinnaars was de echte overwinningskroon, de levenskroon. De kortstondige glorie van elke andere lauwerkrans verbleekt bij deze glans! De dood in de verdrukking staat in schril contrast met de belofte van het eeuwig leven. De boom des levens (2:7) is een troost voor de gemeente van Smyrna. En ook voor jou!

5. Wie een oor heeft … Belofte aan wie overwint

Openbaring 2:11
“Laat wie een oor heeft luisteren naar wat de Geest zegt tot de gemeenten. Wie overwint zal van de tweede dood geen enkele schade lijden.”

“Laat wie een oor heeft luisteren naar wat de Geest zegt tot de gemeenten”.
Ook de andere gemeenten moeten luisteren naar de belofte en troost voor een gemeente waarvan niets negatief valt te zeggen. Iedereen is uitgenodigd om Gods stem, de woorden van Christus, en tegelijkertijd ook de woorden van de Heilige Geest, te horen en er conclusies uit te trekken.

“Wie overwint zal van de tweede dood geen enkele schade lijden”.
Voor de tweede dood, zie 20:14; 20:6; 21:8; 14:9-12.
Er is geen tussenweg tussen de overwinning en de tweede dood. De tekst geeft geen enkele aanleiding om een categorie te openen voor verslagen christenen, die niet delen in de overwinning maar toch ontsnappen aan de tweede dood. Toch moet dit vers niet als een dreigement gezien worden. Het is een belofte voor de overwinnaars, en dus ook een aansporing om, met Jezus’ hulp, te overwinnen. Wie in Christus overwinnen, worden beveiligd tegen de tweede dood, en hersteld van de eerste dood. De dood is overwonnen.

Oorspronkelijk verschenen in Tijdschrift voor Theologie en Pastorale Counseling, 9de jaargang, 4de kwartaal 1998, nr.40, p 10-15. Centrum voor Pastorale Counseling v.z.w.

Top!

 

 

Samen op de sofa

Gespreksthema's
voor echtparen


Meer info

Recent geplaatst

17/11/17 - Bijbels dagboek week 47
11/11/17 - Bijbels dagboek week 46
11/05/11 - Gedicht 'Lijden'
01/12/16 - Lied 'Vertrouw op de HEERE'

Het Laatste Woord

Juist temidden van de dood toont Jezus zich als diegene die eeuwig leven geef.

Blijf op de hoogte!

Volg ons op FacebookaVolg ons op TwitteraLinkedIna luister op SoundClouda podcast op iTunes  

 

Copyright www.devriese.eu. All Rights Reserved

Bijbels Dagboek - Gedichten en Muziek - Vragen - Echtscheiding en Hertrouwen - Geestelijk leven - Gemeente - Gebed - God - Huwelijk - Leiderschap - Lijden -
Opvoeding - Pastoraat - Pastorale Counseling - Postmodernisme - Relaties - Samen op de sofa - Seksualiteit - Vergeving - Vrouw