Jef & Herlinde De Vriese
 

'Gods Woord
naar harten en huizen van mensen'

 

Ons beste advies    :   Lees de Bijbel, bid elke dag

Welkom op onze site!

Artikelen

Steun ons werk

 

Pastoraat

Intimiteit en betrokkenheid in het pastoraat Artikel in pdf


Dirk Lemmens & Jef De Vriese

Intimiteit en betrokkenheid
Bij het spreken over intimiteit in de hulpverlening, doet zich het probleem aan ons voor dat de semantische (semantiek = leer van de betekenis der woorden) waarde van het woord ‘intimiteit’ zich hoofdzakelijk situeert in het gebied van exclusieve persoonlijke relaties. ‘Intiem met iemand omgaan’ betekent in het taalgebruik van iedere dag: een relatie met iemand hebben waarin beide partijen zich wederzijds verregaand en exclusief aan elkaar geven. Twee mensen geven zich op een zodanige manier aan elkaar dat anderen daar niet in kunnen delen. De vriendschap van David en Jonathan zou als een intieme vriendschap omschreven kunnen worden, en het zou gezegd kunnen worden dat Jezus en Johannes intiem met elkaar omgingen. Deze semantische waarde is echter meestal niet waar we het over hebben als we spreken over intimiteit in de hulpverlening.
Daarbij komt dat de gevoelswaarde van het woord ‘intimiteit’ vandaag steeds meer in de sfeer van de seksualiteit komt te liggen. Daar waar het nog (net) mogelijk is om te zeggen dat iemand een intieme vriend is, zonder daarbij ook te suggereren dat de relatie ook een seksueel aspect kent, ligt het al veel gevoeliger om te zeggen dat twee vrienden intiem met elkaar omgaan, zonder diezelfde suggestie te wekken. Wie zou zeggen dat een jongen en een meisje intiem met elkaar omgaan, zou vrijwel zeker de gedachte aan seksualiteit oproepen. De meeste mensen zouden het niet fijn vinden om te horen dat hun huwelijkspartner ‘intiem’ met iemand van het andere geslacht omging, en de meeste gemeenteleden zouden raar opkijken als hun voorganger er een ‘intieme relatie’ met één of meerdere zusters uit de gemeente op nahield.
Tijdens het counselingproces ontwikkelt zich een speciale relatie, die gekenmerkt wordt door een sterke betrokkenheid met elkaar. In een aantal aspecten zal deze betrokkenheid op intimiteit lijken (vertrouwelijkheid, emotionaliteit, en mogelijk sommige vormen van lichamelijk contact), maar tegelijk is ze ook duidelijk verschillend. Behalve het feit dat seksualiteit er geen deel van uitmaakt, mist de counselingrelatie immers ook iets van het onvoorwaardelijk wederzijdse dat zo kenmerkend is voor een intieme relatie. Een counselingrelatie is immers niet onvoorwaardelijk, maar is aan bepaalde regels en voorwaarden geboden.
Het is zinvol om binnen de counselingrelatie een onderscheid te maken tussen ‘betrokkenheid’ en ‘intimiteit’. Betrokkenheid tussen de counselor en de confident moet nagestreefd en bevorderd worden, intimiteit moet gemeden worden. Uiteraard kan het counselingproces wel tot doel hebben om de intimiteit tussen huwelijkspartners te bevorderen.
Betrokkenheid is nodig om een goed klimaat te bewerken in de hulpverlening. Betrokkenheid schept een kader voor een goede werkrelatie waarbinnen de confident leert om problemen met Gods hulp te verwerken en aan te pakken. Intimiteit ondermijnt deze werkrelatie, omdat ze maakt dat de counselor onvoldoende afstand kan bewaren van de confident om als neutraal buitenstaander een liefdevolle wegwijzer naar Gods oplossing te zijn. Wanneer de counselor emotioneel te dichtbij komt verliest hij de mogelijkheid om de problemen objectief te bekijken en voor de confident een goede coach te zijn.
De counselor die zich begeeft op het terrein van de intimiteit, eigent zich iets toe wat thuishoort in de sfeer van het gezin. Dit is niet alleen schadelijk voor de counselingrelatie, maar ook zondig. Het is een zonde die grote schade aanricht zowel in het leven, het gezin en de bediening van de counselor, als in het leven, het gezin en de relaties van de confident.

Fysieke betrokkenheid?
De vraag dringt zich op of het voor de counselor, of hij nu ‘professional’ of pastoraal actief gemeentelid is, ooit legitiem is om zijn betrokkenheid met de confident fysiek vorm te geven. En zo ja, wat kan en wat niet? Wanneer helpen fysieke uitingen van betrokkenheid het heiligingsproces, en wanneer werken ze ondermijnend?
Het is duidelijk dat geslachtsgemeenschap en seksuele handelingen tussen de counselor en de confident rechtstreeks tegen het Woord van God ingaan: seksualiteit binnen het huwelijk is heilig en rein, daarbuiten is het zonde.
Er is echter meer dan dat: in de Bergrede (Matt. 5:27,28) stelt Jezus dat het perfect mogelijk is om echtbreuk te plegen zonder iemand fysiek aan te raken, laat staan er geslachtsgemeenschap mee te hebben. Seksuele zonde kan zich evengoed afspelen op het niveau van de gedachten als op het niveau van het gedrag.
Beide zijn objectief zonde: je kan er hoofdstuk en vers voor aanhalen en ze gelden voor iedereen en onder alle omstandigheden.
Wij zouden echter nog een stapje verder willen gaan: hoewel sommige dingen objectief niet als zonde kunnen bestempeld worden, kunnen ze dat, afhankelijk van persoon en omstandigheid (subjectief), zeer zeker wel zijn. Objectief bekeken is het geen zonde voor een broeder om de hand van een zuster in de zijne te nemen. We doen het haast elke keer als we elkaar begroeten, en vaak gebeurt het ook in een counselingsituatie. Toch kan zelfs deze eenvoudige vorm van aanraken, gegeven bepaalde gevoeligheden bij de confident en/of counselor, wel degelijk verkeerd zijn.

De positie van de confident
U moet er rekening mee houden dat de confident binnen de counselingrelatie emotioneel een zeer zwakke positie bekleedt. De confident is vragende partij. Hij is immers degene die problemen heeft, er niet in slaagt om ze op te lossen. Hij is degene die in de war is. Hij faalt relationeel tegenover de anderen, God en zichzelf. Vaak is er een erg negatief zelfbeeld, een zwakke persoonlijke relatie met God, met daarbij huwelijks- en/of andere relatieproblemen. U daarentegen bent de gevende partij: u bent degene die geïnteresseerd is en zich beschikbaar opstelt, ondanks het duidelijke falen van de confident. Daardoor wordt u, voor het aanvoelen van de confident, dikwijls een soort ‘super-christen’, die goede adviezen geeft, het allemaal op een rijtje heeft, en dus zelf wel niet met problemen zal worstelen.
De confident kijkt naar u op, en is daardoor emotioneel kwetsbaar. De drempel om zich over te geven aan verkeerde gedachten en handelingen wordt daardoor erg verlaagd.

De positie van de counselor
Ook de counselor staat, op zijn eigen manier, zwak. Het vertrouwen dat één of meerdere confidenten in u stellen, is een emotionele last en werkt tegelijk isolerend: uw schouders moeten de last wel (mee) dragen, maar u bent niet vrij om de inhoud van deze last met anderen te delen. Dit kan leiden tot verregaande eenzaamheid.
Tegelijk wordt u door de confident tot in het diepste van zijn wezen toegelaten, en ziet u daar behalve pijn, lijden, onrecht of vernedering vaak ook een enorme hunkering naar menselijk contact en aanvaarding.
Een eenzaam mens ontmoet een kwetsbaar mens en, gegeven een aantal (on?)gunstige externe factoren, wordt ook hier de barrière om zich over te geven aan een intieme persoonlijke relatie weggenomen.

Waarschuwingen
De Bijbel waarschuwt voor situaties waar de barrière tussen onszelf en seksuele zonde weggenomen wordt. Hooglied waarschuwt om iemand niet seksueel te prikkelen, tenzij de situatie zodanig is dat de seksualiteit zich ook binnen het huwelijk ten volle kan ontwikkelen (Hoogl. 2:7; 3:5).
Paulus waarschuwt Timoteüs om de ‘begeerten der jeugd’ te schuwen (2 Tim. 2:22). Ongetwijfeld vallen hieronder ook verkeerde seksuele verlangens. De manier om hiermee om te gaan, zegt Paulus, is om ze te vermijden, om er voor te zorgen dat je er niet of zo weinig mogelijk mee geconfronteerd wordt.
‘Daarom, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.’ (1 Kor. 10;12). Het is dwaas om te zeggen: ‘Ik sta sterk, seksuele zonde kan mij niet overkomen.’. Het is dwaas om te zeggen: ‘God zal niet toelaten dat ik boven vermogen verzocht word. Hij zal me wel beschermen en voor een oplossing zorgen.’ (1 Kor. 10:13), zonder dat u tegelijk uw eigen verantwoordelijkheid opneemt. De enig zinvolle manier om met verleiding om te gaan, is te zeggen: ‘Ik weet dat ik zwak ben, en dat het mij kan overkomen, maar omdat God voor mij zorgt, zal ik in Zijn kracht actief de zonde ontvluchten en een gezonde barrière creëren tussen mij en de zonde.’ (1 Kor. 10:14; 2 Tim. 2:22b)

Een gezonde barrière
Het is eenvoudig om te zeggen dat counselor en confident niet intiem met elkaar om mogen gaan, maar wat betekent dat in de praktijk? Het gaat natuurlijk niet op om een lijst met regeltjes van wat wel en niet toegelaten is, op te stellen. De realiteit van het counselen is oneindig veel complexer. Iedere persoon en iedere situatie is verschillend.
Toch is het wijs om al te veel fysieke uitingen van betrokkenheid te vermijden of die creatief te vervangen door niet fysieke uitdrukkingsvormen. Dit moet niet omdat ze op zichzelf verkeerd zouden zijn, maar wel om, vanuit de gedachte dat zowel de counselor als de confident op hun eigen manier zwak staan, een gezonde barrière op te werpen tussen uzelf en de zonde. Het is goed om niet alleen de zonde te vermijden, maar ook de omstandigheden die zondige begeerte bij uzelf of bij de confident zouden kunnen opwekken. Dit wordt des te belangrijker omdat het zo moeilijk in te schatten is waar de confident emotioneel precies staat, en u als counselor zeker geen struikelblok voor hem wilt gaan vormen. Als u een veilige afstand bewaart, brengt u respect op voor de gevoelens van de confident, en stelt u tegelijk zelf veilig. De beste manier om niet in de sloot te vallen is tenslotte om niet op de dijk te spelen...

De praktijk
Als u wilt voorkomen dat uw betrokkenheid uitmondt in intimiteit, zult u ruime aandacht moeten besteden aan de volgende dingen:

Uw persoonlijk gezinsleven.
Een sterk gezinsleven helpt u om in allerlei moeilijke omstandigheden uw prioriteiten op een gezonde manier te blijven bepalen (1 Kor. 7:2, 5). U doet er ook goed aan om er voor te zorgen bij de confident bekend te staan als iemand die getrouwd is, en die met veel respect en liefde over partner en kinderen spreekt. Praktisch betekent dit ook dat, tenzij in uitzonderlijke gevallen, gezinsafspraken voorrang krijgen op counselingafspraken, en dat de confident hierover ingelicht wordt (‘Ik moet hier afsluiten, want mijn vrouw wacht met het eten.’ ‘Ik kan je op dat tijdstip niet spreken, want dan ga ik zwemmen met mijn dochter.’).
Als u ongetrouwd bent, moet u deze bescherming van een ‘publiek’ gezinsleven missen, maar kunt u er wel over waken bekend te staan als iemand die integer en stabiel is in de relaties die hij aangaat.

Het vermijden van ongezonde situaties.
Het is altijd verstandig om te vermijden counselinggesprekken met iemand van het andere geslacht in uw eentje te voeren. Zorg ervoor dat de mensen uit uw omgeving zich er aan verwachten dat u in een team werkt, en ze zullen aanvaarden dat u niet alleen met hen spreekt of hen naar een ander teamlid doorverwijst. Zeker in gemeenteverband moet het mogelijk zijn om exclusieve regelmatige gesprekken met iemand van het andere geslacht te voorkomen door uw eigen partner, de partner van de confident, of een ander gemeentelid mee aanwezig te laten zijn, of door consequent door te verwijzen naar iemand van hetzelfde geslacht als de confident.

Het creëren van gezonde situaties.
Door op een bewuste manier met de praktische situaties om te gaan, kunt u voorkomen om signalen uit te zenden die door de confident dubbelzinnig opgevat zouden kunnen worden. Zo is het verstandig om een zekere formaliteit in de counselingrelatie te brengen (formele kleding; gesprekken in kantoor in plaats van samen op de bank in de woonkamer; fysieke barrière zoals tafel tussen uzelf en de confident; doosje met tissues op tafel in plaats van zakdoek aan te bieden bij tranen; ...). Ook is het goed om er, zonder de vertrouwelijke sfeer te schenden, voor te zorgen dat het gesprek niet exclusief wordt (partner kan kantoor binnenkomen zonder te kloppen, partner brengt even kopje koffie, ...). Het gesprek bij de confident thuis voeren, biedt het voordeel dat u hem in zijn eigen omgeving kunt zien functioneren, maar als u het gesprek bij u thuis voert, hebt u het verloop ervan veel meer in de hand (gaat het door in het kantoor of op de bank?; wie gaat waar zitten?).

Wees alert voor ‘alarmsignalen’ bij de confident.
Het is aan de counselor om richting te geven aan het counselingproces, en om de counselingrelatie gezond te houden. Zo voorkomt u dat de counselingrelatie een intieme relatie wordt. U doet er goed aan om een open oog te hebben voor signalen bij de confident die erop zouden kunnen wijzen dat het accent van de counselingrelatie verschuift. Deze signalen kunnen non-verbaal (kleding, oogcontact, aanraken, weinig fysieke afstand, ...) of verbaal zijn (‘U bent de enige die mij kunt helpen’, ‘U bent de enige die mij begrijpt’, ‘Ik denk vaak aan u’ of ‘Ik voel me goed in uw nabijheid’ ...).
Het is moeilijk voor de counselor om dergelijk gedrag bij de confident correct te interpreteren omdat het, op zichzelf genomen, helemaal niet om verkeerde dingen gaat. Het gedrag van de confident kan een signaal zijn dat erop duidt dat hij intiemer contact zoekt, maar zal waarschijnlijk een veel onschuldiger verklaring hebben. Het gaat vaak meer om hoe, wanneer en met welke frequentie iets gedaan of gezegd wordt, dan om wat er objectief gebeurt. In de praktijk kunt u er meestal mee volstaan om een mentale aantekening van een vermeend signaal te maken en uzelf te toetsen om na te gaan wat de signalen zijn die u zelf uitzendt.
Dit is belangrijk, omdat niet alleen de confident, maar ook uzelf emotioneel in een kwetsbare positie staat. U moet uzelf afvragen of uw uitspraken dubbelzinnig opgevat kunnen worden, en u daardoor de confident emotioneel onder druk zetten. Zijn uitspraken op het persoonlijk vlak (‘Je ziet er goed uit.’ ‘Leuk je weer te zien.’ ...) functioneel in het counselingproces, of zijn ze een uiting van een behoefte aan intimiteit bij uzelf? Zijn lichamelijke uitingen van betrokkenheid (hand vasthouden, arm om schouder, ...) functioneel in het counselingproces? Ervaart uzelf spanningen of problemen op relationeel vlak, en belast u de confident hiermee? U moet de grootst mogelijke voorzichtigheid aan de dag leggen om geen signalen uit te zenden die zelfs door een emotioneel zwakke confident dubbelzinnig zouden kunnen geïnterpreteerd worden.

Wees alert voor ‘alarmsignalen’ bij uzelf.
Ongezonde situaties groeien meestal ongemerkt. Veel goedbedoelde liefdevolle bewogenheid groeit door intense gesprekken vaak uit tot ongewenste intimiteit. De eerste fase is dat de hulpverleningsrelatie op emotioneel vlak tot een ‘surrogaat-partnerrelatie’ uitgroeit waarbij de betrokkenen persoonlijker met elkaar omgaan dan met hun eigen levenspartner. Vandaar is de stap naar een ongezonde emotionele binding en verdere seksuele aantrekkingskracht zeer klein.
Hebt u met de confident meer en diepere gesprekken dan met uw partner (of als u ongehuwd bent met uw goede vrienden)? Wat is de frequentie en de kwaliteit van uw hulpverleningsgesprekken in vergelijking met de gesprekken met uw levenspartner? Vertelt u over uzelf met de bedoeling om intimiteit te creëren en de aandacht op u te vestigen of om de aandacht op God te vestigen? Hebt u tijdens de gesprekken meer oogcontact met de confident dan tijdens de gespreken met uw eigen partner of goede vrienden? Bent u prettiger en enthousiaster in de gesprekken en de omgang met de confident dan met uw eigen levenspartner of vrienden? Ziet u zelf emotioneel uit naar een hulpverleningsgesprek en waarom? Geeft u meer tijd, geduld, voorbereiding, enz., aan gesprekken met iemand van het andere geslacht? Zijn er confidenten waar u sneller geneigd bent om de arm om de schouder te slaan en waarom? Is er een confident waaraan u regelmatig denkt en waarom? Bent u eerlijk tegenover zichzelf, en waakt u erover dat u uw eigen emotionele en/of relationele behoeften niet bevredigt door middel van de counselingrelatie? Enz.

Zorg voor supervisie.
Al te vaak zijn christelijke werkers aan het werk zonder een kader waarin bijsturen mogelijk is. Het is nodig om uzelf onder gezag te plaatsen en geestelijke relaties op te bouwen die doelgericht bedoeld zijn om over uw geestelijk leven te waken en het te bevorderen. Zorg dat uw eigen bediening regelmatig geëvalueerd kan worden door iemand anders (de oudsten in de gemeente; een geestelijk volwassen christen die u bij uzelf laat binnen kijken; enz.). Leg in zo’n relatie het accent niet zozeer op het zoeken naar oplossingen voor de problemen waarmee u te kampen hebt in het leven van anderen, maar spreek vooral over uw eigen houding en hoe u zelf functioneert en alles wat op u afkomt verwerkt. Wie anderen geestelijk wil begeleiden en sturen, moet zeker ook zelf bereid zijn om zich op gelijkaardige wijze onder gezag te plaatsen.
Het is dus een goed principe dat elke counselor ook zijn eigen ‘counselor’ zoekt. Deze counselor moet iemand zijn waarmee u in een open sfeer op regelmatige tijdstippen uw eigen functioneren kunt bespreken, maar die ook de vrijheid neemt om, indien nodig, moeilijke vragen te stellen over de manier waarop u wel of niet functioneert.

Conclusie
Om tot een goede counselingrelatie te komen, is betrokkenheid van het allergrootste belang, en u moet alles doen wat u kunt om de betrokkenheid te bevorderen. Intimiteit ondermijnt echter de betrokkenheid, en u moet alles doen wat kunt om intimiteit tussen uzelf en de confident te voorkomen.

Oorspronkelijk verschenen in Tijdschrift voor Theologie en Pastorale Counseling, 4de jaargang, 1ste kwartaal 1992, nr. 13, p 42-46. Centrum voor Pastorale Counseling v.z.w

Top!

 

 

Samen op de sofa

Gespreksthema's
voor echtparen


Meer info

Recent geplaatst

17/11/17 - Bijbels dagboek week 47
11/11/17 - Bijbels dagboek week 46
11/05/11 - Gedicht 'Lijden'
01/12/16 - Lied 'Vertrouw op de HEERE'

Het Laatste Woord

Zorg dat uw eigen bediening regelmatig geëvalueerd kan worden door iemand anders.

Blijf op de hoogte!

Volg ons op FacebookaVolg ons op TwitteraLinkedIna luister op SoundClouda podcast op iTunes  

 

Copyright www.devriese.eu. All Rights Reserved

Bijbels Dagboek - Gedichten en Muziek - Vragen - Echtscheiding en Hertrouwen - Geestelijk leven - Gemeente - Gebed - God - Huwelijk - Leiderschap - Lijden -
Opvoeding - Pastoraat - Pastorale Counseling - Postmodernisme - Relaties - Samen op de sofa - Seksualiteit - Vergeving - Vrouw