Jef & Herlinde De Vriese
 

'Gods Woord
naar harten en huizen van mensen'

 

Ons beste advies    :   Lees de Bijbel, bid elke dag

Welkom op onze site!

Artikelen

Steun ons werk

 

Pastorale counseling

Methodiek en genade Artikel in pdf


Jef De Vriese

Inleiding
Ik heb een goede vriend die 1 Kor. 1:12 op een speciale manier 'vertaald' heeft: “Ik bedoel dit: dat ieder uwer zijn leus heeft: Ik ben van Adams! En ik van Crabb! En ik van De Vriese! En ik van Christus. Is Christus gedeeld? Is Adams dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van De Vriese gedoopt?”
Het is inderdaad vreemd dat hulpverleners die zich allen op de Schrift beroepen zo uiteenlopend kunnen zijn in hun theorie en praktijk op het terrein van de pastorale counseling.
Ook wat ons onderwerp betreft zijn er uiteenlopende meningen. Sommigen zijn tegen elke methodiek omdat ze menen dat de methode (het werk van de mens) de genade (het werk van God) in de weg zal staan. Een risico van deze benadering is dat de visie op het geestelijk leven van “let go let God” geestelijke passiviteit bewerkt en de verantwoordelijkheid aan de confident ontneemt. De hulpverlening komt dan niet verder dan “Wacht maar op God”, ”Vertrouw op Hem”, “Ik zal voor u bidden”.
Anderen leggen zo sterk de nadruk op de methode en de verantwoordelijkheid van de confident dat ze in een wettisch systeem belanden: veel bijbelteksten met vermaningen en het accent op gehoorzaamheid en hard werken. Zo kan, bijvoorbeeld, het gebruik van huiswerkopdrachten een zweepslag op de rug van de confident betekenen, nog maar eens een opdracht of wet die uitgevoerd moet worden, in plaats van een hulpmiddel om te groeien.
Pastoraat is heiliging, herstellen tot bruikbaarheid voor het Koninkrijk van God. Mensen helpen groeien van heerlijkheid tot heerlijkheid, naar het beeld van Christus. De basisvraag is of heiliging vanzelf komt. Is er een methode om heiligheid te bereiken? Of impliceert genade per definitie menselijke passiviteit?

De relatie tussen werken en genade
Het beantwoorden van deze vragen wil ik doen naar aanleiding van de problematiek rondom werken en genade. Het Oude Testament wordt nogal eens tegenover het Nieuwe Testament geplaatst. Sommige Christenen lopen met de drogredenering rond dat ze niet meer aan de wet hoeven te voldoen, en dus mogen rusten van hun werken, en dus in het geestelijk leven moeten afwachten op wat God doet. Wat de wet betreft is het duidelijk dat ze nog steeds gehandhaafd is. Niets van de wet is vergaan. Het is goed en noodzakelijk om ze te leren en er naar te leven. Dat geldt voor de Jood, maar ook voor de heiden, voor de oud-testamentische tijd én voor de nieuw-testamentische tijd (Matth. 5:17-20).
Toch kon noch in het Oude, noch in het Nieuwe Testament heiligheid bereikt worden door goede werken. Immers heeft de dood van Adam tot heden in alle mensen geheerst. De kanker van de zonde in het hart van de mens is niet weg te vegen door het volgen van de wet. Daarom is rechtvaardiging onder het Oude Verbond volgens hetzelfde principe als onder het Nieuwe Verbond. Abraham is niet door het volgen van de wet, maar door het geloof gerechtvaardigd (Rom. 4:1-8), evenals de oud-testamentische geloofsgetuigen in Hebreeën 11.
Juist inzicht in de relatie tussen werken en genade is van fundamenteel belang. Hoe kan Paulus zeggen dat Abraham gerechtvaardigd is door geloof (Rom. 4), terwijl Jacobus beweert dat Abraham gerechtvaardigd is door zijn werken (Jac. 2:21)? Proclameert Paulus het genade-evangelie en Jacobus de werken-theorie? Spreekt de Schrift zichzelf tegen?
Natuurlijk niet! Paulus is er duidelijk over dat werken der wet niet tot behoud leiden. Hij verdedigt de rechtvaardiging door geloof in een situatie waarin mensen, onder invloed van het Jodendom, allerlei wetten in het Christendom proberen in te sluizen. Paulus schrijft in een context van conflict: conflict tussen de genade in Christus en de wetten die door Joods-gezinden werden opgelegd. Sprekende in die situatie houdt hij een pleidooi voor het geloof.
Jacobus, daarentegen spreekt in een context waarin christenen het nogal gemakkelijk namen: zij beweerden geloof te hebben, maar dat was niet in hun werken te zien. Sprekende in die situatie houdt hij een pleidooi voor de werken.
De werken waar Paulus tegen waarschuwt zijn dan ook niet dezelfde als de werken waarvoor Jacobus pleit. Paulus heeft het over werken der wet, werken om uit eigen kracht tot God op te klimmen. Dit soort werken leidt niet tot God! Jacobus heeft het over goede werken, werken die voortvloeien uit het geloof, die een uiting zijn van het leven van Jezus in de gelovige. Dat soort werken is onmisbaar, want de uiterlijke vrucht bevestigt wat er in de wortels zit! Daarmee is Paulus het volledig eens in Efeziërs 2:8-10: “Want door genade zijt gij behouden,....., niet uit werken,....., om goede werken te doen die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”. Goede werken, als vrucht van het geloof, zijn onmisbaar om gerechtvaardigd te worden!
Bij Jezus zien we geloof en werken ook samen gaan. “Wat noemt Gij mij Here, Here (geloof), en doet niet wat ik zeg (werken)” (Luc. 6:46). “Ook ik veroordeel u niet (genade). Ga heen zondig van nu af niet meer (werken) (Joh.8:11)” Jezus pakt het hart aan met genade en verwacht vrucht in de vorm van een concrete actie, het uitvoeren van een opdracht, een goed werk.

God en mens werken samen
Heiliging is dus genade én (goede) werken. Christelijke hulpverlening is dat ook. Veel genade, maar ook hard werken. God doet wonderen, maar niet altijd in een oogwenk! Als heiliging louter een kwestie zou zijn van Gods ingrijpen, waarom zijn dan zoveel christenen op allerlei gebieden van hun leven nog niet heilig, alhoewel ze dat wel willen en God daarom bidden? Omdat heiliging meestal ook strijd betekent. Heiliging heeft met training te maken. Het is een oefening in de godsvrucht (1 Tim. 4:8-10), een wedloop (Heb. 12:1).
Heiliging is het ingrijpen van God die het willen en het werken bewerkt én het uitwerken van behoudenis door de mens. God werkt én de mens werkt. Er zijn er die de nadruk leggen op het ingrijpen van God, met het risico van passiviteit en uiteindelijk teleurstelling omdat er niets verandert en het lijkt alsof God niets doet. Anderen leggen de nadruk op de inzet en de gehoorzaamheid van de mens, met het risico van in frustratie te eindigen omdat men tot de conclusie komt dat men niet in staat is om te doen wat God verwacht. Het is dan ook niet of het één of het andere, maar het is én God die werkt én de mens die werkt. Gij (mens) moet door de Geest (God) de werkingen des lichaams doden (Rom. 8:13). Het werk van ons geloof (1 Thess. 1:3) koppelt genade van God en werk van de mens onlosmakelijk aan elkaar. Geloof kan niet zonder (goede) werken en (goede) werken kunnen niet zonder geloof. Heiliging is genade én werken.

Heiligingsmethoden
Welke middelen hebben we dan tot onze beschikking om onze positie van heiligheid in Christus (het doel van de hulpverlening) ook in onze dagelijkse situatie uit te werken?

Gebed
Allereerst wil ik gebed noemen. Ik kreeg pas een brief van een vriend. Hij schreef dat hij zo met van alles bezig was dat hij het met het rijden met de auto te druk had om te tanken. Als gevolg daarvan was hij op een bepaald moment zonder benzine gevallen... Hulpverlening zonder gebed voor en met de confident is als een auto zonder benzine. Het is niet voor niets dat Paulus de beschrijving van de geestelijke wapenrusting eindigt met: “...en bid daarbij.” (Ef. 6:18). Gebed opent Gods genadeschatkamer.

Gods Woord
Vervolgens is er het Woord van God dat levend en krachtig ingrijpt in het hart van de gelovige. Het Woord verandert levens (2 Tim. 3:16), het keert niet ledig terug (Jes. 55:11).

De gemeente
Ook het woord en de hulp van mensen die met God leven, Gods woorden spreken, en handelen zoals Jezus: pastors, hulpverleners, ‘gewone’ gelovigen,..., met andere woorden: de gemeente van Jezus Christus, allemaal mensen die God geeft om een steun te zijn in het groeien naar volwassenheid in Christus (Kol. 3:16).

Gehoorzaamheid in denken
Bedenk de dingen die boven zijn (Kol. 3:1-2). Wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken (Rom. 12:1-2, Ef. 4:23). Dit vergt een bewuste inzet. Een vernieuwd denken komt niet vanzelf. Er is het gevaar van ‘de kracht van het positief denken’, een psychologische truc, een oppervlakkig veranderen van de denkpatronen of een poging om zichzelf van bepaalde gedachten te overtuigen. Hier echter gaat het over wat ik een ‘openbaringsdenken’ zou willen noemen: een realistisch en Gode-welgevallig denken dat geleid wordt door de Heilige Geest, ‘verlichte ogen van het hart (Ef. 1:18)’ (het werk van God), waarvoor de gelovige zich bewust moet inzetten (het werk van de mens; vgl. Fil. 4:8).

Gehoorzaamheid in gedrag
Gehoorzaamheid aan God bewerkt heiligheid. Vanuit een liefdesmotivatie Jezus volgen laat het leven van Jezus in ons tot ontplooiing komen. Het gaat hier dus om het doen van goede werken (niet om werken der wet!).

Voorbeeld
Een mooi voorbeeld van een methode is deze die Paulus beschrijft in Fil. 4:4-9. Wat doet God? Wat doet de mens? Hoe werken deze twee op elkaar in? Neem de tijd om de strategie om bezorgdheid te overwinnen te analyseren aan de hand van deze vragen.

Methodiek niet los van genade
De verschillende christelijke hulpverleningsmodellen leggen verschillende accenten, meestal gebaseerd op hun theologische achtergrond. Sommigen leggen de nadruk op wat God doet. De methode legt het accent op bidden, vertrouwen op God, verwachten dat God ingrijpt in het innerlijke, enz. Anderen leggen het accent op de verantwoordelijkheid van de mens. De methode legt dan de nadruk op gehoorzaamheid stimuleren, gedachten- en gedragsveranderingen, enz. Hier is een gevaar van eenzijdigheid.
Laat mij hier ook een opmerking maken over de ‘vakjestheorie’: de drieledige indeling geest-ziel-lichaam. Zogenaamde geestelijke problemen worden naar de voorganger verwezen voor een aanpak met genade. Psychologische problemen worden naar de psycholoog verwezen en aangepakt met een methode. Het risico van deze filosofie over de mens is dat christelijke hulpverleners zich op een seculaire strategie baseren zodat er nauwelijks nog sprake is van christelijke hulpverlening. Zo kan de methode een valse zekerheidsbasis vormen: hoop op de methode en de mens, waarbij het ingrijpen van God, gebed, de Heilige Geest, het Woord, enz. uit het oog verloren wordt.
De volgende anekdote werd mij in ons Centrum verteld. Een directeur van een bijbelschool had de studenten onderwezen betreffende de relatie tussen jongens en meisjes. Op basis van Exodus 14:14 (“De Here zal voor u strijden en Gij zult stil zijn”) probeerde hij de vrouwelijke studenten duidelijk te maken dat zij afwachtend moesten zijn en geen initiatief nemen in het aangaan van een verloving. Het initiatief moest van de jongens komen. Het toepassen van deze bijbeltekst in deze context is exegetisch natuurlijk zeer bedenkelijk. Moeten we dan verwonderd zijn dat later één van de studenten een briefje onder de deur van het kantoor van de directeur stak met de tekst: “Trek ten strijde, De Here is met u”.
Wij zijn blijkbaar geneigd om in extremen te denken: óf afwachten, óf initiatief nemen. Maar soms is het ene nodig, soms het andere, en soms beide.
De principiële vraag is niet of het geoorloofd is om in de christelijke hulpverlening methodisch bezig te zijn. Iedereen gebruikt een methode, ook degenen die beweren dat ze er geen hebben en zich ‘uitsluitend door de Heilige Geest laten leiden’. De vraag is door welke methode God in het leven (gedachten, geldbeheer, tijdsplanning, omgaan met schuldgevoelens, gezinsrelaties, enz.) van de confident centraal komt te staan. De principiële vraag is of de methode die gebruikt wordt nuttig en aangepast is voor deze confident, zodat heiliging kan volgen.
Voor sommigen is gebed een bemoediging en vertroosting, een zich uitstrekken naar Gods ingrijpen. Voor anderen is gebed een vlucht, het ontlopen van de eigen verantwoordelijkheden. Voor sommigen zijn huiswerkopdrachten een hulpmiddel om tot concrete actie over te gaan en zo vat te krijgen op, bijvoorbeeld, hun gedachteleven. Voor anderen zijn huiswerkopdrachten nog maar eens wetten die volbracht moeten worden en die tot meer frustratie leiden. Gebed ten leven, of gebed tot de dood; huiswerkopdrachten ten leven, en huiswerkopdrachten tot de dood...

Hulpverlening als geestesgave
Het is de verantwoordelijkheid van de christelijke hulpverlener om én vanuit genade te helpen, én de confident te helpen met het zelfstandig afhankelijk van God werken aan het probleem. Die taak moet gezien worden als een geestelijke bediening, waarvoor een geestelijke gave nodig is. In zekere zin zijn we allen geroepen om voor elkander te zorgen, maar sommigen hebben op pastoraal gebied een duidelijk talent. Sommigen zijn er zo goed in dat hun werkterrein niet beperkt blijft tot hun vriendenkring of plaatselijke gemeente, maar dat ze regionaal of landelijk een bediening kunnen hebben.
Het hebben van deze gave is één zaak, het uitoefenen ervan is een tweede. Door de Bijbel te lezen wordt men geen evangelist, leraar of theoloog, ook geen pastorale hulpverlener. Pastoraat is een gave die ontwikkeld moet worden. Training is noodzakelijk, zodat de hulpverlener niet alleen kan zeggen wat Gods oplossing is, maar ook hoe dat in de praktijk gebracht moet worden. Gave én training en ervaring zijn onmisbaar. Christen hulpverlener zijn is niet het simplistisch gebruiken van bijbelverzen, maar het aanbrengen van methoden om de principes van Gods Woord te kunnen toepassen op alle terreinen van het dagelijks leven. De genade moet ondersteund worden door een gedegen methode en de methode moet gedragen worden door de genade.

God werkt in verscheidenheid
Tot slot wil ik opmerken dat er niet één allesomvattende aanpak is in de christelijke hulpverlening. God is niet gebonden door één hulpverleningsstrategie. Pastoraat vergt afhankelijkheid van Gods ingrijpen én professionaliteit. Dat vergt flexibiliteit in de aanpak, het durven verlaten van de bekende wegen die valse zekerheden kunnen opbouwen (blijven steken in het steeds toepassen van dezelfde methode, met gevaar van eenzijdigheid; methode als kapstok voor zekerheid) en nieuwe methoden uitwerken (ontwikkelen van bijbelgetrouwe hulpverleningsstrategieën en onderzoek naar de strategieën die door andere pastorale hulpverleners gebruikt worden). Wie zijn methode niet onderhoudt en perfectioneert, verwaarloost de genade en berooft haar van haar kracht. Maar ook: wie niet rekent op Gods ingrijpen in het hulpverleningsproces, ondermijnt de slagkracht en de vrucht van de methode.
Met de woorden van Henk van den Bovenkamp: “Methodiek is genade, geïnspireerd door Gods Woord en de Heilige Geest”.

Gebruikte literatuur
Barrett W. en De Vriese J., Helpen met de Bijbel, Gideon, 1986.
Jeremias J, Paul and James, The expository Times, 66, 1954/55, p. 368-371.
van den Bovenkamp H., Methodiek: wet of genade, Tijdschrift voor pastorale Counseling, 2de jaargang, 4de kwartaal 1990, nr. 8, p. 15-20.

Oorspronkelijk verschenen in Tijdschrift voor Pastorale Counseling, 3de jaargang, 1ste kwartaal 1991, nr. 9, p 6-10. Centrum voor Pastorale Counseling v.z.w.

Top!

 

 

Samen op de sofa

Gespreksthema's
voor echtparen


Meer info

Recent geplaatst

17/11/17 - Bijbels dagboek week 47
11/11/17 - Bijbels dagboek week 46
11/05/11 - Gedicht 'Lijden'
01/12/16 - Lied 'Vertrouw op de HEERE'

Het Laatste Woord

Wie niet rekent op Gods ingrijpen in het hulpverleningsproces, ondermijnt de slagkracht en de vrucht van de methode.

Blijf op de hoogte!

Volg ons op FacebookaVolg ons op TwitteraLinkedIna luister op SoundClouda podcast op iTunes  

 

Copyright www.devriese.eu. All Rights Reserved

Bijbels Dagboek - Gedichten en Muziek - Vragen - Echtscheiding en Hertrouwen - Geestelijk leven - Gemeente - Gebed - God - Huwelijk - Leiderschap - Lijden -
Opvoeding - Pastoraat - Pastorale Counseling - Postmodernisme - Relaties - Samen op de sofa - Seksualiteit - Vergeving - Vrouw