Jef & Herlinde De Vriese
 

'Gods Woord
naar harten en huizen van mensen'

 

Ons beste advies    :   Lees de Bijbel, bid elke dag

Welkom op onze site!

Artikelen

Steun ons werk

 

Lijden

Troost Artikel in pdf


Jef De Vriese

Waar haal je troost vandaan? Je loopt snel tegen de grenzen aan van aards comfort, gezinsleden of vrienden. Dan gaat je hulpgeroep uit tot God.
Paulus wist wat lijden was, maar ook wat troost is. God troostte hem, en hij troostte anderen. 2 Korintiërs 1:3-11 is een troostrijk bijbelgedeelte. Dit artikel trekt lessen uit Paulus' ervaring met Gods troost.

Waar haal je troost vandaan?
Op sommige momenten kan het leven hard toeslaan. Je gaat helemaal onderuit. Je staat oog in oog met de verwoesting. Voor je besef draag je een last boven je vermogen.
Waar haalt een mens dan hulp vandaan? Vanwaar komt er troost die de pijn verzacht en het leed draaglijk maakt?

Comfort
Job (7:13) denkt: “mijn bed zal mij troost brengen, mijn legerstede mijn klacht verlichten”. Job trekt zich terug uit de wereld en vlucht in de slaap. Wanneer je slaapt, voel je niets meer. Je ontloopt de confrontatie met de ellende. Je bent weg. Voor Job pakt dit niet goed uit. Hij heeft last van dromen. De troost die je bed kan geven, is niet in staat het allerdiepste verdriet te lenigen. Dat achtervolgt je ook wanneer je je ogen sluit. Je mag God dankbaar zijn voor een zalige rust, een kopje koffie, een warm bad of een gezellige film. Maar een echt fundament van troost is het aards comfort niet.

Gezin
Na de dood van zijn moeder vond Isaak troost bij Rebekka (Gen.24:67). Het huwelijk en de liefde daarin, zijn een enorme troost. Lamech vond temidden van zijn moeite troost in de geboorte van Noach (Gen.5:29). Kinderen troosten en lenigen verdriet in een volwassen hart. Je mag God diep dankbaar zijn voor een troostrijk gezin. Maar er zijn er die niet getrouwd zijn of geen kinderen hebben. En er zijn er die een gezin hebben, en toch niet getroost worden.

Vrienden
En dan zijn er je vrienden die afspreken om samen bij je te komen om je te beklagen en je te troosten (vb. Joh.11:19; Job.2:11). Dat doen de vrienden van Job. Ze verheffen hun stem, wenen, scheuren hun mantel, strooien stof op hun hoofd en zitten zeven dagen bij hem, zonder één woord te spreken. Ze weten niet wat te zeggen. Soms zijn vrienden er gewoon bij. Ze voelen mee en delen je verdriet, en dat is alles. Toch betekent het veel en is het iets om God dankbaar voor te zijn wanneer je zulke vrienden hebt. Gedeelde smart is halve smart.
Toch is er ook een grens aan de troost van vrienden. Van het moment dat de vrienden van Job hun mond open doen, loopt het fout. Ze zeggen domme dingen. Hun woorden brengen geen troost, maar oordeel. Hun preken bewijzen dat ze niet snappen waar Job doorheen gaat. En zo staat Job toch alleen.

Herders
Misschien sta jij ook alleen. Jij, en anderen met jou, trekken voort als schapen in een kudde in nood, zonder herder (Zach.10:2). Dank God voor een herder die weet te troosten. Zo’n herder was Jozef voor zijn broers. Wanneer hij hen troost door hen Gods genade over zijn leven voor te spiegelen en te beloven hen en hun kinderen te onderhouden, hoeven ze niet bang te zijn (Gen.50:20-21). Toch zijn er ook herders wier troost niets waard is (Zach.10:2) en die troosten met ijdele woorden (vgl. Job 21:34).

God alleen
De echte troost had Jozef reeds lang gevonden bij God. Hij begreep dat wat mensen tegen hem bedachten, door God ten goede werd gekeerd. Ook Job heeft in de ontmoeting met God troost gevonden. Toen het opnieuw goed met hem ging, kwamen zijn vrienden terug. Ze aten met hem en gaven hem elk een geldstuk en een gouden ring (Job.42:11). Maar toch was alleen God de levensbron van Job en geldt ook voor jou: Dit is mijn troost in mijn ellende, dat uw belofte mij levend maakt… Als ik denk aan uw verordeningen van ouds, o Here, dan ben ik getroost (Ps.119:50-52).
- Jouw verzoeking is niet boven vermogen (1Kor.10:13)
- God zal alle tranen van je ogen afwissen (Openb.21:4)
- God zal alle onrecht oordelen (1Petr.2:23)
- Geen haar op je hoofd valt zonder dat Hij het weet (Mat.6:25-34)
- De Geest pleit voor jou (Rom.8:26)
- Hij kent je volkomen en omgeeft je van achteren en van voren (Ps.139).
- Enz.
God helpt en troost (Ps. 86:15-17)

2 Korinthiërs 1:3-7
Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, de God aller vertroosting, die ons troost in al onze druk, zodat wij hen die in allerlei druk zijn, troosten kunnen met de troost, waarmede wij zelf door God getroost worden. Want gelijk het lijden van Christus overvloedig over ons komt, zo valt ons door Christus ook overvloedig vertroosting ten deel. Worden wij verdrukt, het is u tot troost en heil; worden wij getroost, het is u tot troost, die zijn kracht toont in het doorstaan van hetzelfde lijden, dat ook wij ondergaan. En onze hoop voor u is wél gegrond, want wij weten dat gij evenzeer aan de vertroosting deel hebt als aan het lijden.

God Troost jou voor een ander
God is een Vader die troost. Hij is de Vader van onze Heer Jezus Christus, en daardoor ook jouw Vader (vers 2). Daar had je geen recht op. Dat is een genade. Hij ontfermt zich (Ps.103:13) over wie Hem aannemen (vgl. Joh.1:12). Hij is jouw barmhartige Vader, die de God is van vertroosting. Alle troost die je nodig hebt kan je bij Hem vinden. Hij wil in al jouw behoeften voorzien (Fil. 4:19). Hoe zwaar je lijden ook is, niets kan je scheiden van Zijn liefde (Rom. 8:31-39).
God staat naast je wanneer je door een moeilijke tijd gaat. Wanneer je troosteloos bent, diep bedroefd, verslagen, neergedrukt, vreugdeloos, somber, moedeloos of wanhopig, wil God komen om jouw troosteloosheid te lenigen. Hij wil meevoelen met je zwakheden (Hebr.4:1) en voelen wat jij voelt, zuchten wanneer jij zucht (vgl. Rom.8:26). Hij wil jou als de Trooster (Joh.14:6, 26; 15:26; 16:7) opbeuren. Hij verlangt ernaar wat verdrietig, onaangenaam of pijnlijk in jou is te verlichten. Paulus was het levend bewijs van Gods zorg in alle moeiten van het leven (vgl. 2 Kor.11:23-29. Hij zag in zijn zwakheid Christus aan het werk (2 Kor.12:10).
Gods troost was voor Paulus geen egotrip in een zelfzuchtig godsdienstig zelfbevredigingsgevoel. Individualisme is uit de boze. Laat je nood je niet blind maken voor de moeiten van anderen. Hou de troost van God niet voor jezelf, onbetrokken bij het leven van anderen. Wie zelf getroost is, kan ook anderen troosten. Je bent immers niet alleen verbonden met Christus, maar ook met Gods gezin. Wie lijdt, kan daarmee een ander troosten. En als één lid lijdt, lijden de andere leden mee (1Kor.12:26). Gebrek aan meeleven en onverschilligheid zijn een flagrante ontkrachting van de onderlinge liefde in de gemeente. Wat je ontvangt, moet je uitdelen. Daarvoor stond het hart van Paulus wijd open (2 Kor.6:11).

Troost voor de nederige
Bij Paulus gaat het om lijden omwille van zijn discipelschap. God nu, overtreft dit overvloedig lijden met overvloedige troost. Zonder God is lijden catastrofaal, uitzichtloos en nutteloos. Met God brengt lijden veel troost. Als je de stap met Jezus niet waagt, zal je ook de troost niet kennen. Troost en strijd gaan samen. Hoe groter het lijden, hoe groter de troost, hoe meer van God…
Sommige christenen lijden juist omdat ze niet gewillig in Zijn voetstappen wandelen. Ze leven uiteindelijk zonder God. Dat is een harde en onbegaanbare weg. Troost kan je daar niet vinden, tenzij je de stem van God, die oproept tot bekering, wil horen. Als je voor vergeving en herstel op Hem hoopt, kan je ook rekenen op Zijn troost.
“Troost, troost mijn volk”, zegt God (Jes. 40:1), wanneer Hij het einde van de lijdenstijd aankondigt. Het wezen van de troost ligt hier in het feit dat de zonde geboet is, en het heil komt. Zo troost God Zijn volk (Jes. 49:13, Jes.52:10, Jes.66:13). Wie treuren om hun geestelijke ellende, die worden door God getroost (Jes. 61:3; Mat.5:4). Ook tot jou zegt God “Troost”, wanneer je lijden je dwingt Hem te zoeken en op Hem te hopen, nadat je een leven hebt geleid dat zijn doel mist, en vergeving van Hem verwacht.
Soms kom je niet tot nederige afhankelijkheid van God. Je kan zo opgaan in je eigen verdriet dat je denkt dat je de enige bent die het moeilijk heeft en dat niemand jou kan begrijpen. Je bent dan als Elia, die klaagt dat hij alleen is, terwijl er nog zevenduizend anderen zijn (1Kon.19:14-18). Je blijft in je klaagpatroon zitten, omdat je de werkelijkheid niet meer inschat zoals die is.
Misschien wil je ook niet getroost worden. Jakob weigerde zich te laten troosten nadat Jozefs kleed bij hem gebracht werd (Gen.37:35), en dit ondanks het feit dat al zijn zonen en al zijn dochters hun best deden hem te troosten. David, daarentegen, had zichzelf getroost over de dood van Amnon (2Sam.13:39). Verdriet kan je koesteren. Verdriet kan jou dierbaarder worden dan God zelf. Je kan vasthouden aan pijn totdat het je afgod wordt. En toch roep je tot God: “Ten dage mijner benauwdheid zoek ik de Here, des nachts is mijn hand uitgestrekt en zij wordt niet moede, mijn ziel weigert zich te laten troosten. Denk ik aan God, dan kreun ik…” (Ps.77:3). Je kan God zoeken en kreunen, wanneer je weigert je bij een situatie die Hij toelaat neer te leggen, wanneer je zijn soeverein handelen in vraag blijft stellen. Dan vind je geen troost, want God troost de nederigen (2 Kor.7:6).
Paulus verzette zich niet tegen de moeilijkheden die op zijn weg kwamen. Hij wist dat ze hem dichter bij God zouden brengen. Hij zou bevrijd worden van pogingen om zichzelf te redden en uitsluitend nog redding van God verwachten.

Kracht en troost in zwakheid
Wanneer je verdrukt wordt is je identiteit niet die van een sukkel die medelijden behoeft, maar van iemand die voor een ander troost en heil brengt. Doordat Paulus bereid was te lijden, was hij ook in staat aan de Korintiërs de troostende heilsboodschap te brengen. Wanneer je van God troost ontvangt, ben je geen meelijwekkend iemand, maar een persoon die daardoor een ander tot troost is. Jouw leven wordt gezien. Het is licht en zout. De troost die in jou werkt, helpt een ander om met kracht hetzelfde lijden te dragen en de levenskoers gericht te houden op de navolging van Christus. Wanneer je de troost van God in een ander ziet, wordt je daardoor ook zelf getroost in het verdriet waarin je met een ander meeleeft.

Troost geeft hoop voor anderen
Paulus heeft veel hoop voor een gemeente waarmee hij toch een zeer lastige relatie had. Hij gaat uit van Gods werk en leiding in hun midden, ook al heeft hij met hen vele discussies en twijfelen zij regelmatig aan zijn integriteit. Dit weerhield Paulus niet zijn eigen leven met hen te delen en te tonen hoe God aan het werk was. Gods kracht openbaarde zich in hem op zo'n wijze dat zelfs zij die het met hem moeilijk hadden, troost ontvingen. Paulus streefde daar ook naar.

2 Korinthiërs 1:8-11
Want wij willen u niet onkundig laten, broeders, van de verdrukking, die ons in Asia overkomen is: bovenmate en boven vermogen hebben wij een zware last te dragen gehad, zodat wij zelfs aan ons leven wanhoopten; ja, voor eigen besef achtten wij ons als ter dood verwezen, opdat wij niet op onszelf vertrouwen zouden stellen, maar op God, die de doden opwekt. En Hij heeft ons uit zulk een groot doodsgevaar verlost en zal ons verlossen: op Hem hebben wij onze hoop gevestigd, dat Hij ons ook verder verlossen zal, terwijl ook gij ons te hulp komt met uw voorbede, opdat uit veler mond voor de genade, ons geschonken, veelvuldig dank gebracht worde voor ons.

Je ziet geen uitkomst meer
Paulus onderging grote moeilijkheden. We weten niet precies welke. Vele veronderstellingen worden gemaakt: lijden omwille van Christus, de doodstraf die hem te wachten stond, een zware ziekte, enz. De verdrukking die Paulus ondervond was in elk geval geen kleinigheid. Hij was wel wat gewoon op dat vlak: gevangenschap, slagen, doodsgevaar, gegeseld, gestenigd, schipbreuk, in gevaar door rivieren, door rovers, door volksgenoten, door heidenen, in de stad, in de woestijn, op zee, onder valse broeders; moeite en inspanning, nachten zonder slaap, in honger en dorst, zonder eten, koud, naakt en dan nog de dagelijkse beslommeringen en zorg voor de gemeenten (11:23-29). Op bepaalde momenten was het zo erg dat hij geen uitkomst meer zag. Verdrukking kan je het gevoel geven ten onder te gaan.
J ij ondergaat niet hetzelfde lijden als Paulus. Dat hoeft ook niet. Belangrijk is dat wat je meemaakt, en hoe je daarmee omgaat, ook voor anderen die ook in moeilijke omstandigheden zitten, een troost kan zijn.

Alleen God blijft over
Voor Paulus was de dood in zicht. Hij voelde zich bedreigd tot de verwoesting van zijn aards leven toe. Paulus was best bereid om te sterven en verlangde ernaar bij Christus te zijn (Fil.1:23 e.v.), maar deze verdrukking leek hem helemaal in te gaan tegen datgene wat goed was voor zijn leven. Dus was hij de wanhoop nabij. Naar zijn besef was Paulus boven vermogen verdrukt.
In zulke omstandigheden blijft er niets anders over dan je op God te werpen. Hij is de enige houvast die overblijft wanneer alles wankelt. Als alles is weggenomen, kan Hij nog voor een uitkomst zorgen. Dan pas kan Hij ten volle de plaats innemen die Hem toekomt, en kan Hij alles in jou zijn. Pas dan wordt Zijn kracht zichtbaar in menselijke zwakheid (2 Kor.12:7 e.v.).
God laat dingen in je leven toe waardoor je geen uitweg meer ziet. Het enige lichtpunt dat blijft is Hij. Hij wil zien wat in je hart is (Deut.8:2) en je leren vertrouwen op Hem alleen. Dan kan hij jou redden uit datgene wat boven jouw vermogen is, maar dat je door Zijn verlossing ook niet hoeft te doorstaan (vgl. 1Kor.10:13).
Wanneer materialisme en wijsheid niet meer helpen, wanneer eigen kracht tekort schiet, grijpt God in op het punt van de ondergang. Pas dan komt er rust en geeft Hij wat je verlangt (Ps. 170:23-32). God is voor jou een God van uitreddingen. Bij Hem zijn uitkomsten tegen de dood (Ps. 68:21). Wanneer je denkt dat je ten onder gaat en sterft, en niet meer op eigen kracht kan vertrouwen, kan je niets anders dan je hoop vestigen op Hem die de doden opwekt. Dan verlost God. God heeft verlost, God verlost, en God zal verlossen. Voor jouw besef is de verdrukking misschien boven vermogen, maar in de praktijk zal God je niet ten onder laten gaan. Wanneer je oog in oog staat met de ondergang, is God een verlosser.

Vertrouw op God en strijd samen
Paulus vertrouwt op God, maar ook op de gebeden van de gelovigen. Hun gebed speelt een belangrijke rol in de hoop die hij vasthoudt. God kan hem best redden, zonder hun gebed. Maar God wil dat hij en de Korintiërs door hun gebed in volkomen afhankelijkheid zijn van Zijn almachtig ingrijpen. Tegelijkertijd maakt hun gebed hen afhankelijk van elkaar, want ze staan met elkaar in dezelfde strijd en hebben elkaar nodig. Gebed is geen magisch ritueel waardoor mensen God in beweging zetten, maar een afhankelijkheidsverklaring, waardoor God datgene wat Hij al lang wou geven ook vrijelijk kan toevertrouwen aan een mens.

De slotsom is: alle dank aan God
En Hij, onze Here Jezus Christus, en God onze Vader, die ons heeft liefgehad en ons eeuwige troost en goede hoop door zijn genade verleend heeft, trooste uw harten, en make ze sterk in alle goed werk en woord. (2 Tess.2:17)

 

Top!

 

 

Samen op de sofa

Gespreksthema's
voor echtparen


Meer info

Recent geplaatst

17/11/17 - Bijbels dagboek week 47
11/11/17 - Bijbels dagboek week 46
11/05/11 - Gedicht 'Lijden'
01/12/16 - Lied 'Vertrouw op de HEERE'

Het Laatste Woord

Wie het laatste woord heeft op aarde krijgt in de hemel het eerste woord om verantwoording af te leggen. (Jef)

Blijf op de hoogte!

Volg ons op FacebookaVolg ons op TwitteraLinkedIna luister op SoundClouda podcast op iTunes  

 

Copyright www.devriese.eu. All Rights Reserved

Bijbels Dagboek - Gedichten en Muziek - Vragen - Echtscheiding en Hertrouwen - Geestelijk leven - Gemeente - Gebed - God - Huwelijk - Leiderschap - Lijden -
Opvoeding - Pastoraat - Pastorale Counseling - Postmodernisme - Relaties - Samen op de sofa - Seksualiteit - Vergeving - Vrouw